Koosnaam Business Partner

Ook hier doet zich titel inflatie voor

Het fenomeen titel-inflatie doet zich ook bij business partnership voor. Als je het woord Business Partner te vaak hoort, geloof je al snel dat je dit ook wilt worden.

Je hoort het tegenwoordig overal: de moderne controller is een business controller, de moderne controller is een business partner. Laatst hoorde ik ook over P&O adviseurs als business partner, om het strategisch personeelsmanagement meer in lijn te brengen met de business. Al jaren heb je Business-ICT alignment en de ICT-manager als business partner. Nog even wachten en we hebben de  facility managers als business partner, de secretaresse als business partner en de koffiejuffrouw als business partner.

Het fenomeen titel-inflatie doet zich helaas ook bij business partnership voor. Als zo’n woord te pas en te onpas wordt gebruikt, ga je al snel geloven dat je ook een business partner wilt worden, kan worden of in feite al bent. Het ‘me-too’ gehalte van het woord is me een beetje te groot. Als je er de literatuur op naslaat zul je al gauw lezen dat er maar weinig mensen in een organisatie in aanmerking komen voor een dergelijk predicaat. Niet in de laatste plaats omdat het geen functie is (zoals controller of P&O manager) maar een ‘verdienste’ of kwalificatie die door de ander aan jou verleend wordt.

Anders gezegd: je kunt nog zo je best doen, veel boeken lezen of wel vier titels voor (of achter) je naam hebben staan, je bent het of je bent het niet en de ander bepaalt. Misschien is het woord business partner daarom wel zo spannend. Je moet ‘gevraagd worden’ en vooral niet te hard te roepen dat je het bent of wilt zijn. Net als met politici of kandidaten voor de FIFA: wie het hardste roept dat ie de beste kandidaat is, valt het eerste af.

Omdat je jezelf niet tot business partner kunt uitroepen is het des te interessanter om te kijken hoe je het tóch wordt (zonder het te roepen). Al nadenkend kom ik tot de volgende constateringen:

  • Een business partner weet wel veel, maar zeker niet alles van zijn (eigen) vak. Echte experts zijn veel te ‘nerd’-achtig om serieus genomen te worden door directeuren en managers (die zich ‘de business’ noemen). Voor de koosnaam ‘business partner’ is te veel kennis een handicap, want je maakt het al gauw veel te complex, praat te veel in vak-afko’s en kunt je moeilijk verplaatsen in mensen die minder weten van het vak dan jij.
  1. Een business partner leeft zich vooral in de ander in. Hij luistert actief en neemt de ander voortdurend serieus en vertaalt (herhaalt) de problematiek van de ander in zijn eigen woorden en begrippen, zonder het vocabulaire van de ander te verlaten.
  1. Een business partner denkt en praat nooit in problemen, altijd in doordachte, concrete oplossingsrichtingen. Zo erg soms dat hij al oplossingen bedacht heeft voor problemen die zich nog voor moeten doen. Daarmee geeft hij de ander het gevoel dat hij de situatie volledig onder controle heeft en voorbereid is op elk scenario.
    1. Een business partner denkt primair aan het succes en resultaat voor de ander en verbindt zichzelf aan de doelstellingen van de ander. Hij weet dat zijn succes mede wordt bepaald door het succes van de ander en niet andersom.

Als je dit lijstje zo eens op je in laat werken, is het niet zo verwonderlijk dat iedereen een business partner wil zijn en maar zo weinigen het ook écht verdienen. Mijn voorstel is dan ook om het woord af te schaffen voor iedereen die vanuit een ondersteunende functie probeert ‘een partner’ te zijn voor ‘de business’. Doe gewoon je best om te luisteren, je in te leven in de ander en adviezen te geven in een begrijpelijke taal en vanuit het perspectief van de ander. Het is net zoals die reclamezin van een verzekeraar: als je maar lang genoeg gewoon doet, word je vanzelf bijzonder.

Deze blog is gepubliceerd op controlling.nl

Meer weten?

Wil je meer weten over dit onderwerp en over de diensten van Decido die hier bij horen, neem dan contact op met Merlijn.